Het juiste gewicht: niet te zwaar, niet te licht

Een gezonde hond is een blije hond. Daarom is het erg belangrijk om je lievelingsdier regelmatig op de weegschaal te zetten en goed te waken over zijn gewicht. Begint de wijzer de verkeerde kant uit te gaan? Dan is het wellicht tijd om de voedingsgewoontes van je hond bij te schaven en hem vaker in beweging te krijgen.


Wat is een goed gewicht voor je hond?


Het juiste gewicht hangt af van heel wat factoren, zoals het ras en de grootte. Je dierenarts kan je perfect vertellen hoeveel je hond mag wegen. Maar ook door goed naar je viervoeter te kijken en eraan te voelen, kom je al heel wat te weten. Een hond met een gezond gewicht heeft geen hangende buik, een duidelijk zichtbare taille en ribben die lichtjes zichtbaar en goed te voelen zijn. Bij te zware honden zitten de ribben onder een dikke vetlaag en voel je ze amper. Omgekeerd wijzen scherp afgetekende ribben en het ontbreken van een vetlaagje op ondergewicht. Vraag een Body Condition Score-kaart aan je dierenarts. Hierop staat al waarop je moet letten duidelijk geïllustreerd.


Sommige honden maken meer kans op overgewicht dan andere. Labradors, Beagles, Cocker Spaniels of Teckels zijn er een stuk gevoeliger voor. Ook oudere honden, of dieren die gecastreerd of gesteriliseerd zijn, komen sneller een kilootje aan. In deze gevallen let je dus best extra goed op.



Wat als je hond te zwaar is?


Heb je het gevoel dat je huisgenoot met overgewicht kampt? Grijp dan snel in. Zo vermijd je dat je hond vroegtijdig met hart- en vaatziekten, leverproblemen, pijnlijke gewrichten of andere kwalen te maken krijgt.

  • Meer beweging

Ook al is je hond de grootste luiaard op aarde, probeer hem toch te stimuleren. Ga er elke dag mee op wandel, neem hem mee naar de zwemvijver, of als het echt nodig is, overweeg een loopband.

  • Aangepaste voeding

Is je hond te zwaar, dan is de kans groot dat hij te veel eten krijgt. Verpakkingen geven dan wel algemene richtlijnen over hoeveel voeding een hond nodig heeft, maar focus daar niet te hard op. Houd bij een puppy het maandelijkse gewicht bij in een groeicurve. Een te snelle groei wijst op te veel eten, een te trage op te weinig. Een volwassen hond geef je gewoon het eten dat hij nodig heeft om op gewicht te blijven. Beperk zeker ook de tussendoortjes of eten van tafel, en geef het eten op bepaalde momenten in plaats van de hele dag door.

  • Op speurtocht

Laat je hond werken voor zijn voeding. Zet het eten op verschillende plaatsen, en zet het zeker weg van de slaapplek. Steek voeding in een voetbal of gebruik een voederpuzzel. Zo’n puzzel is gemaakt van plastic en heeft smalle opstaande randen die een soort doolhof vormen. Je hond moet daardoor meer moeite doen om de brokjes eruit te krijgen. Zo kan hij niet schrokken en doet hij er langer over om zijn kom leeg te eten. Om te voorkomen dat je hond je na een paar weken te slim af is en de voederpuzzel van buiten kent, koop je best een paar verschillende bakken met elk een unieke vorm. Gebruik altijd de juiste maat voor jouw hond. Heeft hij een spitse snuit, voorzie dan best een kleinere maat. Zo kan hij de puzzel niet ontwijken. In het begin is het belangrijk om rustig de tijd te nemen om je hond aan de voederpuzzel te laten wennen. Let er ook altijd op dat hij wel degelijk dezelfde portie eet als uit zijn gewone bak. Het is de bedoeling om hem trager te laten eten, niet om hem uit te hongeren.



Wat als je hond te mager is?


Niet alleen overgewicht kan gevaarlijk zijn voor je hond. Ook een te mager dier is nooit een goed teken. Controleer of je je hond wel genoeg te eten geeft en of hij zijn voeding ook opeet. Misschien krijgt hij te weinig binnen door problemen met zijn gebit. Poets daarom regelmatig zijn tanden en laat tandsteen verwijderen.


Misschien is de voeding van je hond van mindere kwaliteit? Ook al krijgt hij dan de juiste hoeveelheid, hij krijgt toch te weinig energie binnen. Daardoor vermagert hij. Ondergewicht wordt ook vaak veroorzaakt door een ziekte (zoals nierproblemen of een wormbesmetting). Je kunt het dus niet altijd voorkomen (maar wel behandelen).


93 keer bekeken0 reacties